Volledig ‘zen’ door de stad rijden

28 oktober 2019

Je dagelijks of sporadisch met de auto in de stad verplaatsen vereist aandacht en een goede voorbereiding. Wat zijn de grootste valkuilen?

Om volledig ‘zen’ door de stad te rijden, gaat er niets boven een mentale voorbereiding om alle uitdagingen de baas te kunnen. De laatste jaren zijn de steden enorm geëvolueerd. De automobilist deelt de publieke ruimte nu met een waaier aan andere weggebruikers. De verkeersregels hebben op hun beurt ook enkele veranderingen ondergaan. Een overzicht.

Opgelet voor de dode hoek

Vandaag zijn er meer zwakke weggebruikers op de baan. Fietsers, gebruikers van elektrische steps, fietsen, eenwielers en hoverboards rijden vandaag overal in de grote steden rond en delen de weg met de wagen. Eén kenmerk hebben ze allemaal gemeenschappelijk: ze zijn snel en geruisloos. Kijk dus zeker voldoende in je achteruitkijkspiegel en draai je romp om te kijken of er niemand in je dode hoek zit. Wees extra aandachtig wanneer je rechts afslaat over een fietspad: vergeet niet dat die gebruikers voorrang hebben!

Houd het openbaar vervoer in het oog

Het openbaar vervoer wint terrein in de grote steden en heeft vaak een eigen rijstrook speciaal voor bussen of trams, gescheiden van de rest van het verkeer. Bij trams spreken we ook van de ‘eigen bedding’. Let op wanneer je over zo’n rijstrook rijdt om af te slaan, want je verliest je voorrang. Door zijn gewicht en zeer lange remafstand heeft de tram trouwens altijd voorrang op andere voertuigen.

Voorsorteervakken voor fietsers, eenrichtingsstraten en ‘rechtsaf door rood’

De afgelopen jaren deden enkele nieuwe concepten hun intrede in de wegcode. Drie van die aanpassingen gelden specifiek voor fietsers en andere vervoersmiddelen die onder de ‘zachte mobiliteit’ vallen, zoals steps, eenwielers en hoverboards:

• De voorsorteervakken: deze vakken aan rode lichten zijn voorbehouden voor fietsers en andere beoefenaars van de zachte mobiliteit. Houd je ogen dus goed open!

• Eenrichtingsstraten: fietsers mogen in die straten vaak in de tegengestelde richting rijden. Dat wordt aangeduid met een kleiner bordje onder het verkeersbord met de witte pijl op een blauwe achtergrond.

• ‘Rechtsaf door rood’: fietsers mogen hierbij een rood licht negeren om rechts af te slaan, op voorwaarde dat ze voorrang verlenen aan de voertuigen die groen licht hebben.

Scherpe stijging van motorfietsen en scooters

Door de aanhoudende files hebben sommige automobilisten hun wagen ingeruild voor een scooter of motor om hun dagelijkse verplaatsingen te doen. De wegcode bepaalt zwart op wit dat je met dergelijke gemotoriseerde tweewielers de rijen wachtende auto’s mag voorbijrijden in de file. Voorwaarde is wel dat je niet sneller rijdt dan 50 km/u en dat je niet meer dan 20 km/u sneller rijdt dan de files waartussen je je een weg baant. Op autosnelwegen en autowegen mag je hiervoor enkel de ruimte tussen de twee meest linkse vakken gebruiken. In de stad mag je vrij kiezen. Let er wel op dat, wanneer je in de file van rijstrook verandert, je niemand de pas afsnijdt.

Wist je dit trouwens? Uit een onderzoek van FEBIAC uit 2011 bleek dat, als 10% van de automobilisten voor hun woon-werkverkeer de wagen zouden inruilen voor een motor of scooter, dat zou leiden tot een daling van de files met 40%. Een reden te meer om gemotoriseerde tweewielers hoffelijk te behandelen!

Files: is Brussel nog niet zo slecht af?

Tot slot wat balsem op de ziel van de automobilist. We denken vaak dat Brussel barst van de files, maar de realiteit is genuanceerder. Ten eerste blijkt uit recent onderzoek dat Antwerpen de meeste files telt. Brussel bekleedt trouwens slechts de 154ste plaats in het klassement van de meest dichtgeslibde steden, ver na Moskou, Istanboel en Bogotá die de top drie uitmaken. Londen staat op de zesde plaats, Berlijn en Parijs bekleden respectievelijk de 15de en de 16de positie. Uiteindelijk zijn Brussel (plaats 154) en Antwerpen (plaats 94) nog niet zo slecht af!