Veilig rijden, ook bij sneeuw en ijs op de baan

10 februari 2019

Als er sneeuw en ijs op de baan liggen, kan dit voor heel wat stress zorgen. Daarom is het belangrijk om een preventieve rijstijl te hanteren. Dat geldt ook voor je vertrek! Als je ondanks alles toch slipt met de wagen, leggen we je uit hoe het best reageert.

Maak je auto sneeuw- en rijmvrij

Als je veilig wilt rijden, moet je zicht achter het stuur optimaal zijn. Maak als je ramen en ruitenwissers vrij van rijm voor je vertrekt. Vergeet ook niet de sneeuw van je dak te verwijderen, om jezelf, maar ook voor andere weggebruikers te beschermen: de sneeuw kan bij een bruuske stop over je voorruit schuiven of kan wegvliegen en de voertuigen achter je hinderen.

Controleer je bandenspanning

Een optimale bandenspanning is essentieel om goed grip op de weg te hebben. Je vindt de perfecte spanning in de boorddocumenten van je wagen. Controleer vaker de spanning van je banden tijdens de winterperiode. Maar let op, want bij lage temperaturen kan de gemeten spanning lager zijn: tel 0,2 bar bij je meting wanneer je je banden koud controleert.

Vertrek wat vroeger

Traag rijden is aangewezen bij ijs en sneeuw op de weg. Als je vroeger dan gewoonlijk vertrekt, verminder je je stress en heb je niet de neiging om sneller te gaan rijden. Anders verwittig je het best je collega’s en je baas dat je wat later zult toekomen op kantoor. Als je job het toelaat, werk je misschien beter een dagje thuis.

Zuinig rijden

Op een besneeuwde of ijzige ondergrond hebben je banden tot wel 8 keer minder grip op de baan! Om te vermijden dat je wagen slipt, rijd je het best in een lagere vitesse. Rijd ‘zachter’ wanneer je manoeuvres uitvoert en wanneer je schakelt.

Draag geen jas

Gewatteerde jassen en sjaals zijn een enorme beperking van je vrijheid aan het stuur. Je kan niet vrij bewegen, waardoor de kans op een ongeval vergroot als je een snelle handeling zou moeten uitvoeren in een gevaarlijke situatie. Trek ze uit voor je de auto instapt om zeker te zijn dat je je armen en benen vrij kan bewegen. Zo heb je meer controle over je wagen.

Pas je snelheid aan

De basisregel op de weg is om steeds je snelheid aan te passen in functie van de weersomstandigheden. Als je trager rijdt, kan je beter reageren zonder een al te bruuske beweging te moeten maken, die er anders voor kan zorgen dat je slipt.

Gebruik geen cruisecontrol, want dat systeem remt en versnelt automatisch om op dezelfde snelheid te blijven rijden. Op gladde wegen moet je steeds zelf de controle houden over je voertuig.

Let op, je ESP systeem (elektronische stabiliteitscontrole) helpt je wel om slippartijen te vermijden, maar kan je niet altijd beschermen wanneer je te snel rijdt.

Houd meer afstand dan gewoonlijk

Als er sneeuw of ijs op de weg ligt, hebben je banden minder grip op de baan. Het gevolg is dat je wagen meer afstand nodig heeft om tot stilstand te kopen. Op een natte ondergrond is de remafstand tot wel 1,5 keer langer dan op een droog wegdek. Dankzij je ABS systeem zullen je wielen blokkeren op een gladde ondergrond waardoor je gemakkelijker de controle over het stuur behoudt. Toch houd je het best ook wat extra afstand om je veiligheid en die van andere weggebruikers te garanderen.

Let op voor tochtwinden

Door tochtwinden kan ijs zich sneller vormen op bepaalde open plekken op de baan: bij de op- en afrit van de snelweg, boven en onder bruggen, op rotondes, op hellingen aan de kust…

Rem zoveel mogelijk op je motor

Als je wilt remmen, doe je dat beter door zacht terug te schakelen en te remmen op je motor in de plaats van je rempedaal te gebruiken. Zo vermijd je dat je wielen plots blokkeren en je wagen gaat slippen.

Slippertje? Blijft rustig

Als je wagen begint te slippen, mag je vooral niet op je rem gaan drukken en moet je bruuske bewegingen vermijden. Blijf rustig en blijf kijken in de richting waar je naartoe wilt rijden. Je handen volgen namelijk altijd de richting van je blik, vooral in stressvolle situaties. Haal je voet van je rempedaal of je gaspedaal, duw je koppeling volledig in en breng je wielen in de goede richting door zacht te versnellen.

Houd de controle als je automatisch rijdt

Als je met een automaat de weg op gaat in de winter, rijd je het best niet in N (neutraal). Druk de ‘winterknop’ in als die aanwezig is in je auto. Dat systeem zorgt ervoor dat je motor later schakelt, vooral wanneer je begint te rijden. Of je nu automatisch of manueel rijdt, zorg dat je steeds anticipeert en rustig handelt. Als je geen koppeling hebt, zal alle controle via je gaspedaal moeten gebeuren. Als je naast D (Drive) nog andere versnellingen hebt, gebruik die dan om de snelheid van je wagen onder controle te houden wanneer je daalt.